Waarnemen van bedekkingen.
Welke bedekkingen waarnemen?
Sterbedekkingen door de Maan zijn zelf te berekenen met het programma Occult.
Bovendien staan de belangrijkste vermeld op deze website en in het verenigingsblad
“Occultus”. Ook initiatieven voor expedities naar rakende bedekkingen worden zoveel
mogelijk op de website vermeld. Als je zelf zo’n initiatief neemt, geef dat dan ook door.
Sterbedekkingen door planetoïden, TNO’s, K2 sterren door de Maan en manen van
planeten worden aangekondigd in OccultWatcher. Het is ook mogelijk deze zelf te
voorspellen met Occult.
OccultWatcher.
Het vrij download bare programma “OccultWatcher” is speciaal gebouwd voor het
waarnemen van bedekkingen. Een aantal mensen berekenen voor verschillende
plaatsen op Aarde de voorkomende bedekkingen. OccultWatcher haalt vervolgens deze
voorspellingen op. Een waarnemer kan zelf een account aanmaken in OccultWatcher,
waarin hij dan zijn positie ook ingeeft. OccultWatcher selecteert dan uit alle
voorspellingen van bedekkingen die voor de betreffende waarnemer te zien zijn. Alle
noodzakelijke gegevens voor het waarnemen staan dan overzichtelijk bij elkaar.
Natuurlijk kun je selecteren welke voorspellingen je wel of niet wilt zien.
Indien je een bepaalde bedekking wilt waarnemen, geef je dat aan in OccultWatcher.
Ook kun je zien of andere waarnemers het voornemen hebben een bepaalde
bedekking waar te nemen.
Meer over OccultWatcher in het deel software.
http://www.occultwatcher.net/
In OcculWatcher worden de bedekkingen gepresenteerd welke zichtbaar zijn voor de
waarnemer volgens een zelf ingegeven selectie. Ook alle bijzonderheden zijn op te
roepen, en welke andere waarnemers mee willen doen.
Vastleggen bedekkingen.
Vroeger gebeurde het waarnemen van een bedekking visueel en met een stopwatch.
Sinds een aantal jaren is dat niet meer nodig. Er zijn lichtgevoelige relatief goedkope
video camera’s op de markt gekomen, en het vastleggen kan op de harde schijf van
een computer. Dat is veel nauwkeuriger, en het is nu mogelijk de bedekking achteraf in
alle rust uit te meten.
Video Camera.
Bepaalde gevoelige bewakings camera’s zijn erg geschikt voor het waarnemen van
bedekkingen.
Voor Europa is voor video het CCIR systeem in gebruik. Een video opname bestaat uit
25 beeldjes of frames per seconde. Elk beeldje of frame is opgebouwd uit twee
halfbeeldjes of fields. Het ene halfbeeldje geeft alleen de even horizontale lijnen weer,
en wordt wel het E-field (even) genoemd, en het andere halfbeeldje geeft de oneven
horizontale lijnen weer, en wordt het O-field (Odd) genoemd.
De belichtingstijd van een frame of field is standaard 1 s gedeeld door 25 frames is
0,04 seconde lang. Maar het kan zijn dat in dat geval de zwakkere sterren niet meer
zichtbaar zijn op de video. Daarom moet de camera de mogelijkheid bieden ook langer
te belichten. De meeste in gebruik zijnde camera’s kunnen tot 10,24 seconden per
frame belichten. In de praktijk is een belichtingstijd van 0,64 – 2,56 seconde,
afhankelijk van de soort bedekking, wel het maximum. Tijdens een langere belichting,
ook vaak integratietijd genoemd, komen er wel steeds nieuwe frames uit de
videocamera, maar deze zijn gelijk aan elkaar. Als voorbeeld: bij een integratietijd van
0,64 s komen steeds 16 identieke frames naar buiten alvorens het beeld weer ververst
wordt. (16 * 0,04 s = 0,64 s).
Watec Wat 120N.
Deze camera heeft ook een lichtgevoelige CCD chip met 752 * 582 pixels. De
pixelgrootte is 8,6*8,3 micrometer. De camera is met een bedieningskastje verbonden
waarop de integratietijd en de signaal versterking kan worden ingesteld. Deze camera
wordt het meeste door Nederlandse waarnemers gebruikt.
Deze camera is niet langer leverbaar.
De Watec Wat-120 camera. Boven de camera ligt het bedienings kastje waarop de
integratietijd en de versterkingsfactor is in te stellen.
Watec Wat-910HX-RC.
Deze Watec is de opvolger van de Wat-120+. Deze camera heeft ook een CCD chip
met 752 * 582 pixels en is iets lichtgevoeliger dan de WAT-120+. Bij testen lijkt deze
camera een magnitude zwakker te kunnen vastleggen bij overigens dezelfde
instellingen. De camera heeft als nadeel dat het veranderen van de instellingen moet
gebeuren met een handkastje met vier knoppen, en dat daarvoor allerlei menu’s
moeten worden doorlopen en ook de opname moet worden stilgezet. Zeker in
Nederland, waar de weersomstandigheden soms snel veranderen door opkomende
mist of nevel, en de instellingen tijdens de opname gewijzigd zouden moeten worden,
is dat lastig.
Hij wordt o.a. door Astroshop aangeboden voor 659 Euro (prijs augustus 2021).
https://www.astroshop.de/
Watec Wat-910BD.
Deze camera is een kale printversie, zonder
behuizing, van de Wat-910HX. Enkele
sterrenkunde amateurs hebben voor deze
camera bedienings software ontwikkeld,
welke vrij te downloaden is. De behuizing
van de camera kun je zelf maken als je
handig bent en de middelen hebt, anders kun
je dat ook door deze amateur groep laten
doen. De lichtgevoeligheid is hetzelfde of iets
gevoeliger dan de Wat-910HX.
De Watec 910 BD (foto kuriwaobservatory)
http://www.kuriwaobservatory.com/TACOS_BD-System.html
Waarneem kit van de IOTA.
De IOATA (International Occultation Timing Association) verkoopt weer waarneem kits.
Je kunt kiezen uit alleen een video time inserter (249 dollar) eventueel met antenne
(+30 dollar), of een complete kit met time inserter, camera ((B/W RunCam Night Eagle
Astro Video Camera), een Startech SVIDUSB23 USB video capture device, focal
reducer and kabels (518 dollar) Daarbij komt 40 dollar verzendkosten.
Let wel, de camera is gemodificeerd, op internet wordt de camera goedkoper
aangeboden, maar die past niet zomaar op de telescoop.
Op de website http://occultations.org/observing/recommended-equipment/iota-vti/ is
meer daarover te vinden.
DVTI Camera
Een groep Zwitserse amateurs, welke zich bezig houden met het waarnemen van
bedekkingen, ontwikkelt een camera met software speciaal voor het waarnemen van
sterbedekkingen. De camera is 12 bits, zodat deze beter in staat is helderheids
variaties waar te nemen. Dat is een groot voordeel bij het waarnemen van
bijvoorbeeld manen van planeten en TNO’s met ringen of een atmosfeer. Een aparte
time-inserter is niet nodig, en omdat de camera digitaal is, ook geen A/D converter. De
gevoeligheid van de camera is iets lager dan de Watec.
Naar verwachting is de camera in 2021 beschikbaar.
Zie ook: https://groups.io/g/d-vti-cam/wiki
Time inserter.
Een time inserter zet op elk video halfframe of field de tijd tot op 1/1000 seconde. (zie
hoofdstuk over tijd).
De inserter is geschakeld tussen de camera en de analoog-digitaal converter.
GPS.
De meeste time inserters maken gebruik van het GPS systeem. Let er daarbij op dat
met het tijdsignaal periodiek een file wordt meegezonden wat ervoor zorgt dat de
ontvangen code in de juiste tijd wordt omgezet.
Indien een schrikkelseconde is ingevoerd, moet de GPS altijd eerst een nieuwe file
ontvangen voordat de schrikkelseconde goed in de ontvanger berekend kan worden.
Laat daarom na het invoeren van een schrikkelseconde de GPS altijd eerst een
halfuurtje aanstaan, voordat de bedekking begint.
Het voordeel van een GPS ontvanger is dat ook de positie wordt gegeven.
Radio tijdzenders.
Ook ontvangers van radio tijdzenders zijn goed bruikbaar. Nadeel hiervan wel is dat
niet altijd de zender goed te ontvangen is, vooral kort na zonsondergang gaat dat wel
eens moeilijk.
Een positie geeft deze ontvanger natuurlijk niet.
IOTA time inserters worden aangeboden op http://videotimers.com/home.html voor
omstreeks 280 dollar.
De firma astroshop.de verkoopt een pakket: Shelyak camera set met de Watec Wat-
910HX-RC camera, een videograbber en een IOTA Video Time Inserter met toebehoren
voor 1159 Euro (prijs december 2017)
Time inserters worden ook soms door leden in elkaar gezet, en zijn dan ook wat
goedkoper. Als je een time inserter nodig hebt voor het waarnemen van
sterbedekkingen, en je bent ook lid van de vereniging, neem dan contact op.
De time inserter. Het
kastje wordt tussen de
video camera en de
analoog digitaal
converter geschakeld.
De GPS antenne ligt
ernaast.
Computertijd.
Er zijn ook programma’s welke de computertijd gebruiken. Voor het doen van
bedekkingen zijn deze veel te onnauwkeurigheid. Met name bij het besturings systeem
Windows treden soms vertragingen op van vele tienden van seconden.
Analoog-digitaal converter.
De meest gebruikte videocamera’s voor het waarnemen van sterbedekkingen zijn
analoog. Voor opslag op een harde schijf en verdere bewerking moet het analoge
signaal digitaal gemaakt worden, en daar wordt een analoog-digitaal omzetter voor
gebruikt.
Een veel gebruikte converter is de StarTech USB SVID2USB23, maar deze wordt niet
meer gemaakt.
Een andere converter welke ook goed werkt met de Watec camera en en Windows 10
is de Hauppage WIN TVUSB live 2 Videograbber, welke o.a. voor 36,36 Euro bij
Conrads verkocht wordt
(prijs augustus 2020).
Ook de Nedis USB
Audio/Video grabber
schijnt goed te werken,
verkrijgbaar voor 24,50
Euro bij o.a. Bol.com.
(prijs augustus 2020)
De converter werkt niet
zonder drivers. Die krijg je
erbij op een DVD, of zijn
te downloaden. Installeer
eerst de drivers. Sluit
daarna de analoog-digitaal
converter aan.
De analoog digitaal converter.
Video software.
Het digitaal wegschrijven van de video gemaakt met de Watec camera kost niet
gecomprimeerd al gauw zo’n 22 Mb/s. Dat is ook de reden dat de meeste video
programma’s compressie toepassen. Bij de gebruikelijke compressie worden details
welke visueel niet opvallen vaak weggelaten. De video wordt dan opgebouwd uit
zogenaamde key frames, welke origineel zijn, en daartussen gewone frames, welke
grotendeels kopieën zijn van het keyframe. Daardoor valt essentiële informatie nodig
voor het opmeten van de bedekking en de tijd vaak weg.
Sla de video ongecomprimeerd op, met de tegenwoordige grote harde schijven
eigenlijk geen probleem meer, of gebruik voor het opslaan verlies vrije codecs. Een
codec is compressie software, en verliesvrij wil zeggen dat bij het comprimeren alleen
informatie wordt weggelaten welke niet van belang is voor het uitmeten van de
bedekking, zoals bijvoorbeeld kleur.
Gebruikte programma’s zijn:
Virtual Dub: Virtual Dub werkt goed onder XP en Windows 7, maar latere versies van
Windows geven soms problemen. Virtual Dub kan de frames samen met de beide fields
laten zien op het scherm, zodat waarnemingen visueel goed bekeken kunnen worden.
http://www.virtualdub.org/index.html
LiMovie: Met het programma LiMovie kan op de harde schijf opgenomen worden. De
video kan naderhand ook met LiMovie geanalyseerd worden. Klein nadeel van LiMovie
is dat eigenlijk de Amerikaanse punt/komma notatie gebruikt moet worden op de
computer.
http://astr o-limovie.info/limovie/
IOTA_VideoCapture: Een eenvoudig programma waarmee de video ongecomprimeerd
of gecomprimeerd kan worden opgenomen. Ook kunnen video’s weergegeven worden.
http://occultations.org/observing/software/
OccuRec: Occurec produceert AAV files, welke alleen door Tangra gelezen kunnen
worden. Occurec leest automatisch de tijd uit op de video en slaat deze op bij de
frames. Nadeel is dat dit niet bij alle time inserters werkt.
http://www.hristopavlov.net/OccuRec/OccuRec.html
Codecs:
Huffyuv codec
Lagarith codec: Gebruikt deels ook de Huffyuv codec, en comprimeert iets compacter –
https://lags.leetcode.net/codec.html
Uitwerken waarnemingen.
Verdwijn en verschijn tijdstip.
Na het waarnemen van een bedekking moet deze uitgewerkt worden. We hebben nu
een videofilm met op elk frame en field een tijdstempel, de te bedekken ster en soms
nog andere sterren. Met onder andere Virtual Dub is het mogelijk de afzonderlijke
frames of fields te tonen.
Op de opname is aan de linkerzijde het frame te zien. Rechts het oneven (O) field en
het even (E) field waaruit het frame links is opgebouwd. Op het frame en de beide
fields is de datum en de tijd te zien. In het frame worden de beide field tijden over
elkaar heen geprojecteerd. Daardoor kan het laatste gedeelte moeilijk leesbaar zijn.
Voor een sterbedekking wordt er van uit gegaan dat wanneer het hemellichaam voor
de helft de ster bedekt, de bedekking begint of eindigt. De sterkte van de licht flux,
meestal midflux genoemd, is dan precies het midden van d flux van voor bedekking en
tijdens bedekking, of:
midflux = flux voor bedekking – 0,5 * (flux voor bedekking – flux tijdens
bedekking).
Let op: Als er diffractie optreedt wordt een fluxwaarde van 25% als punt van bedekken
of wederverschijnen gehanteerd.
Er zijn een aantal soorten bedekkingen.
In drie onderstaande voorbeelden zijn die vereenvoudigd weergegeven. Horizontaal de
frame nummers, en verticaal de helderheid van de ster in magnitude. De grens
magnitude is de zwakste helderheid welke nog net te zien is op de video en is in de
grafieken aangegeven met een rode lijn op magnitude 12. De te bedekke ster heeft
een helderheid van magnitude 11.
1. Bedekkingen waarbij de helderheid van de planetoïde, welke de ster bedekt, ver
onder de detectiegrens (de grens magnitude) ligt van de camera, in dit voorbeeld
magnitude 19.
Zolang de ster niet bedekt is, staat de gemeten waarde op de magnitude 11 lijn. Op de
frames waar geen ster meer te zien is, is
de ster bedekt, maar of hij tijdens de
gehele integratietijd van het betreffende
frame bedekt is geweest, of slechts een
klein deel, kan niet opgemaakt worden.
Immers ook al was de ster toch
bijvoorbeeld 80% van de integratietijd van
het frame niet bedekt, de ster zal toch
niet zichtbaar zijn.
Voor deze situatie nemen we als
verdwijnings tijdstip het midden van het
frame of field, waarop de ster niet meer te
zien is (hier frame 4) en als
wederverschijnings tijdstip het laatste
frame waarop de ster nog niet zichtbaar is
(hier frame 7).
2. Bedekkingen waarbij de helderheid van de planetoïde, welke de ster bedekt, net
onder de detectiegrens (de grens magnitude) ligt van de camera, in dit voorbeeld
magnitude 13.
Indien op frame 4 de ster al helemaal
verdwenen is, moet de bedekking al in het
begin van het frame al hebben plaats
gevonden.
Is frame 4 wel iets in helderheid is
afgenomen, maar nog prima te zien is, dan
geeft dat aan dat de bedekking niet aan het
begin van het frame heeft plaatsgevonden,
maar verderop.
Aan de hand hiervan kun je inschatten of de
bedekking vooraan, in het midden of
achteraan het frame heeft plaats gevonden.
Speciaal als langer geïntegreerd is,
bijvoorbeeld 0,32 s, en deze 8 frames dan als één frame gelden, kan dat handig zijn.
3. Bedekkingen waarbij de helderheid van
de planetoïde, welke de ster bedekt, boven
de detectiegrens (de grens magnitude) ligt
van de camera, in dit voorbeeld magnitude
11.
Tijdens de bedekking zien we de planetoïde
op de video.
Uit de licht flux afname over de frames
kunnen we vrij precies uitrekenen wanneer
het verschijnsel plaatsvindt.
Bij het begin van de bedekking is het
moment van verdwijnen:
t = ((flux frame start – gemiddelde flux tijdens bedekking) / ( gemiddelde flux
voor/na bedekking – gemiddelde flux tijdens bedekking).
Bij het einde van de bedekking is het moment van terugkomen:
t = 1 – ((flux frame eind – gemiddelde flux tijdens bedekking) / ( gemiddelde flux
voor/na bedekking – gemiddelde flux tijdens bedekking).
t is dan relatief ten opzichte van de frame lengte (40 ms), en frame start en frame
eind is het frame waarop de midflux waarschijnlijk zal optreden.
Soms kan het ook gebeuren dat een ster heel langzaam verdwijnt en/of terugkomt.
Dat is mogelijk wanneer een ster uitzonderlijk groot is en niet al te ver weg staat,
en/of bij een planetoïde bedekking de verduisteringslijn onder een kleine hoek de
planetoïde horizon snijdt en de relatieve snelheid van de planetoïde ten opzichte van
de ster klein is.
In dat geval is het beter de bedekkings tijdstip te bepalen met de trend functie in
Excel.
t = Trend(Frame 1: Frame 2; Flux frame 1: Flux frame 2; Midflux)
Frame 1 is het frame aan het begin van de helderheids toename of afname.
Frame 2 is het frame aan het einde van de helderheids toename of afname.
Analyse software.
Voor het meten van de helderheden van de sterren op een video welke de bedekking
naar verwachting heeft vastgelegd, is goede software beschikbaar. Meestal worden
hiervoor de programma’s LiMovie of Tangra gebruikt. Deze meten op elk video frame of
field de helderheid van de sterren welke van te voren geselecteerd zijn, en kunnen dat
als bijvoorbeeld een csv bestand opslaan, maar ook in grafiekvorm direct na het meten
laten zien.
Beide programma’s zijn vrij te downloaden, zie verder onder het hoofdstuk “software”
op de website.
Voorbeeld:
In dit voorbeeld hebben we een sterbedekking door een planetoïde waargenomen. De
integratietijd (belichtingstijd) is 0,16 seconde. De bedekkings video is 80 frames lang.
Dat is natuurlijk niet realistisch, want normaal duurt een waarneming 5 – 10 minuten,
en dat zijn 7500-15.000 frames, waarvan we er meestal zo’n
500-1000 gebruiken (alleen de bedekking en enkele seconden
ervoor en erna).
Omdat de integratietijd 0,16 s is, komen er steeds vier identieke
frames (frame groep) uit de camera. Elk frame heeft wel een
eigen tijd, maar we gebruiken later de tijd van het eerste field
van het eerste frame van de groep.
Uiteindelijk hebben we 80/4 = 20 waarneempunten, de blauwe
lijn in de grafiek.
In de tabel staan de frame groep nummers en de bijbehorende
flux waarde.
De gemiddelde flux waarde van de frame groepen voor en na de
bedekking (frames 1-5 en 17-20) is 800 (1)
De gemiddelde flux tijdens de bedekking (frame groepen 7-13)
is 270 (2)
De midflux = Flux voor en na – (flux voor en na – flux tijdens bedekking), of 1-(1- 2)
= 535.
Dat is de rode lijn in de grafiek.
Het verdwijnen van de ster lijkt onmiddellijk te gebeuren, we gebruiken de formule:
t = ((flux frame start – gemiddelde flux tijdens bedekking) / ( gemiddelde flux
voor/na bedekking – gemiddelde flux tijdens bedekking).
→ (350-270)/(800-270) = 0,15.
Dus aannemend dat de ster plotseling verdwijnt, is dat op 0,15 van de tijd na aanvang
framegroep 6 gebeurd, dat is 0,15 * 0,16 s= 0,024 s na framegroep start.
Het weer verschijnen van de ster gebeurd geleidelijk, over meerdere frame groepen.
Dan kun je beter de trend functie gebruiken:
t = Trend( framegroep 14: framegroep 18; Flux frame 14:flux frame groep 18;
Midflux)
t = Trend(14:18;300:800;535) = 15,58 of wel 0,58*016 = 0,09 s na start framegroep
15.
Let op de uitkomst, de groene punten in de grafiek is niet precies hetzelfde is als het
snijpunt van de bedekkingscurve met de midflux lijn.
Tijdcorrectie.
Het blijkt dat de tijd van een frame of field zoals die de camera verlaat niet
overeenkomt met de werkelijke tijd. Dat is enkele jaren geleden uitgezocht door de
Oostenrijkse waarnemer Gerhard Dangl. Hij heeft, om de interne vertragings tijden in
de camera’s te kunnen meten, een speciaal instrumentarium gebouwd.
De vertraging ontstaat omdat de camera de beelden heel even vasthoudt, en komt ook
door de specifieke wijze waarop de fields en frames opgebouwd worden als complete
video. De vertragingstijd is afhankelijk van de gebruikte integratietijd en het camera
type.
Verder kan er een afwijking ontstaan in de video time inserter zelf. Deze is afhankelijk
van welke tijd er op het binnen komende field of frame wordt geplakt.
In de tabel staan de gegevens voor de Watec Wat-120 camera en drie verschillende
video time inserters:
De correctie is
het verschil in tijd
tussen de
weergave op het
eerste field of
frame van de
video en het
moment waarop
de belichting van
het eerste field of
frame in
werkelijkheid
begonnen is.
Kolom A geldt
voor de IOTA-VTI
en de Sven Anderson VTI, kolom B geldt voor de TIM-10 VTI.
Voorbeeld 1:
Op het field waarvan je de de werkelijke begintijd wilt weten, staat de tijd:
23:14:53,905.
De integratietijd is 0,02 s, de keuzestand op “OFF” (0). DE gebruikte video time
inserter is van het type Sven Anderson.
Uit de tabel blikt dat de correctie -0,06 s is. De wekelijke verdwijntijd is dus
23:14:53,845.
De maximale onnauwkeurigheid is +/- 0,01 s
Voorbeeld 2:
De gebeurtenis heeft halverwege de belichting van het frame plaatsgevonden. Op het
eerste frame staat de tijd: 23:14:53,905.
De integratietijd is 0,32 s, de keuzestand op 8. De gebruikte video time inserter is van
het type TIM-10.
Uit de tabel blijkt dat de correctie -0,34 s is. De werkelijke begintijd is dus
23:14:53,565. Echter de gebeurtenis heeft halverwege het frame plaatsgevonden. De
framelengte is 0,34 s, namelijk vier even fields en vier oneven fields lang, onderling
één fieldlengte verschoven. Je moet dus vervolgens 0,34/2=0,17 s er weer bijtellen.
De juiste tijd is dan: 23:14:53,735
De maximale onnauwkeurigheid is +/- 0,17 s.
Zie ook: http://www.dangl.at/menue_hh.htm
Rapporteren.
Maanbedekkingen:
Elk continent heeft een contactpersoon voor het indienen van resultaten van
maanbedekkingen. In Nederland verloopt dat via de verenigings coördinator
maanbedekkingen. Bij een bedekking door de Maan moet je rapporteren:
Naam en emailadres
Datum en tijd tot op een nauwkeurigheid van 0,01 s.
Positie en gebruikte ellipsoïde, meestal WGS84
Gebruikte methode van tijdwaarneming en nauwkeurigheid
Gebruikte telescoop, type, opening
Gebruikte montering (equatoriaal of azimuthaal en aangedreven of met de
hand)
De naam van de ster (X, SAO of ZC)
Het is ook mogelijk het rapport in “Occult” aan te maken, en deze periodiek naar de
coördinator te sturen. Zie hiervoor Occult in het hoofdstuk “software” van deze
website.
Bedekkingen door Planetoïden en TNO’s, etc.:
Deze rapporteer jezelf aan de Europese coördinator via de email berichten service
“Planoccult”.